|
|
|
Zinsontleden
en Woordbenoemen
Taal -
en Redekundig ontleden |
zin 1
|
De jonge
verpleegster diende alsnog zware medicijnen aan de patiënte
toe.
|
zin 2
|
Mijn grote vriend raadde mij een nieuwe auto aan.
|
zin 3
|
De oude boekhouder verzocht de jongen te komen.
|
zin 4
|
Op een regenachtige dag had ze mij haar paraplu geleend.
|

|